Kamervragen brandveiligheid gezondheidszorg

06-02-2007

Antwoorden op kamervragen van de leden Verbeet, Van Heteren en Timmer (allen PvdA) over brandveiligheid van zorginstellingen.

Duidelijk is dat de verantwoordelijkheid in 1e instantie bij de instellingen zelf liggen!! met een controle mogelijkheid (gebruiksvergunning) door de overheid.

Hierna een integrale weergave van de vragen van de 2e kamer aan de minister en de antwoorden op deze vragen.

1. Vraag


Kent u de resultaten van het jongste onderzoek uitgevoerd door het NEN naar de brandveiligheid van zorginstellingen? Wat is hierop Uw reactie?

1. Antwoord
Ik ben niet bekend met deze resultaten. Het is mij evenmin bekend dat een dergelijk onderzoek is uitgevoerd. Wel is mij gebleken dat een aantal leden van een begeleidingscommissie van NEN op persoonlijke titel collegiaal overleg heeft gevoerd met enkele van hun collega’s. De door u aangehaalde publicatie in de Tubantia heeft hier betrekking op.

2. Vraag


Wat is uw mening over het gegeven dat uit dit onderzoek blijkt dat sinds eerdere alarmeringen van onder andere de VROM-Inspectie twee jaar geleden de belangrijkste manco's in de brandveiligheid in de zorginstellingen nog steeds niet zijn weggenomen?

2. Antwoord
In 2004 hebben de Arbeidsinspectie, de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de VROM-Inspectie de resultaten van verschillende onderzoeken naar diverse brandveiligheidsaspecten in verpleeg- en verzorgingshuizen of in zorginstellingen aan de Tweede Kamer aangeboden.

De VROM-Inspectie heeft in 2003 onderzoek gedaan naar de bouwtechnische brandveiligheidsaspecten van zorginstellingen.

De conclusie van dit onderzoek was dat de onderzochte gebouwen (30 in getal) op de meeste punten voldoen aan de bouwtechnische minimumeisen die het Bouwbesluit bestaande bouw en de Modelbouwverordening opleggen. Op enkele punten waren tekortkomingen geconstateerd (ontbreken van zelfsluitende deuren in subbrandcompartimenten en het gebruik van (spiegeldraad)glas als brandwerende scheiding).

In 2005 is nagegaan wat de gemeenten met de onderzoeksresultaten hebben gedaan. Uit de reacties van de gemeenten blijkt dat zij veelal voor een andere technische oplossing hebben gekozen (in het geval van de zelfsluitende deuren) of dat knelpunten nog zullen worden weggewerkt bij een verbouwing of bij nieuwbouw. De Kamer is hierover door middel van de Jaarrapportage 2005 van de VROM-Inspectie geïnformeerd.

Navraag heeft uitgewezen dat het artikel in de Tubantia dat u aanhaalt betrekking heeft op dit onderzoek van de VROM-Inspectie. Er zijn mij geen nieuwe onderzoeksgegevens die mij aanleiding geven om over de huidige situatie een uitspraak te doen.

3. Vraag


Welke inspanningen zijn er vanuit uw ministeries de afgelopen twee jaar wel ondernomen om aan de manco's een eind te maken?

3. Antwoord
De instellingen als eigenaar van de gebouwen zijn eerstverantwoordelijk voor de veiligheid. Vervolgens is er een belangrijke taak voor de gemeente bij hun controle op de gebruikersvergunning. De ministeries hebben vooral een randvoorwaardelijke rol.

De minister van VROM heeft de brancheorganisaties en de onderzochte instellingen schriftelijk geïnformeerd, waarbij de tekortkomingen zijn aangegeven en zij er op zijn gewezen dat de instellingen als eigenaar van de gebouwen eerstverantwoordelijke zijn voor de veiligheid.

De Minister van VROM heeft daarnaast de gemeenten waarin de 30 onderzochte instellingen zijn gelegen, verzocht om aan de VROM-Inspectie aan te geven wat zij met de onderzoeksresultaten gaan doen. Het is namelijk aan gemeenten om af te wegen of in concrete gevallen het niet voldoen aan de eisen voor bestaande bouw ook daadwerkelijk aanleiding geeft tot handhaving.

Verder heeft het Ministerie van VROM in de afgelopen jaren diverse activiteiten ontplooid om het gemeentelijke toezicht op naleving van de bouwregelgeving te verbeteren. De VROM-Inspectie constateert in haar recente jaarverslag over de gehele linie en verbetering van de gemeentelijke toezicht- en handhavingspraktijk.

In de zorgsectoren is sinds 2004 gewerkt aan de ontwikkeling van een veiligheidsmanagement systeem. Een veiligheidsmanagement systeem (kortweg VMS) is een kwaliteitssysteem waarmee het management van een instelling alle activiteiten rondom veiligheid kan monitoren en borgen. Hiermee wordt er systematisch gewerkt aan individuele en collectieve veiligheid van bewoners, patiënten en medewerkers. De implementatie van een dergelijk systeem is in het VWS-project “Sneller beter” aanbevolen door de president-directeur van Shell-Nederland Rein Willems in zijn rapport 'Hier werk je veilig of je werkt hier niet' in het kader van het thema patiëntveiligheid.

Voor de sector verpleging&verzorging is door de brancheorganisatie Actiz een DVD gemaakt om bedrijfshulpverleners (bij) te scholen, hiermee is het mogelijk om zonder een te grote impact op de aanwezigheid op de werkvloer zorgmedewerkers te scholen als bedrijfshulpverlener. De DVD is verspreid onder alle zorgaanbieders in de verpleging en verzorging.

Tenslotte wordt op dit moment het Brandbeveiligingsconcept Gezondheidszorggebouwen geactualiseerd. Dit gebeurt onder mijn eigen verantwoordelijkheid in samenwerking met mijn collegae de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het geactualiseerde concept geeft vernieuwde uitgangspunten voor de vormgeving van brandveiligheid die zijn toegesneden op de huidige ontwikkelingen in de zorg, zoals extramuralisering. De resultaten van de genoemde onderzoeken worden in deze actualisering betrokken. Het uiteindelijke document zal worden beheerd door het Nederlands Instituut voor Fysieke Veiligheid NIBRA.

4. Vraag
Wat is uw mening over de bevinding dat ontruimingsplannen vaak nog niet op orde zijn?

4. Antwoord
Over de aanwezigheid van ontruimingsplannen in zorginstellingen zijn geen recente gegevens beschikbaar. Mij zijn ook geen recente bevindingen bekend waaruit blijkt dat de ontruimingsplannen niet op orde zijn. De Arbeidsinspectie start in het najaar van 2006 wederom een onderzoek in de verpleeg- en verzorgingshuizen. De te onderzoeken thema’s zijn nog niet bekend.

Ontruimingsplannen kunnen door het Bevoegd Gezag worden geëist in de gebruiksvergunning. De naleving van de vergunning wordt door het Bevoegd Gezag gehandhaafd.

5. Vraag


Welke investeringen zijn nodig om aan de nu vele malen geconstateerde euvels een einde te maken?

5. Antwoord
Zoals bij vraag 3 ook al is aangegeven zijn al veel acties genomen ter verbetering van de geconstateerde euvels. De naleving van de regels voor brandveiligheid is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van de zorginstelling zelf.
 

Nieuws

vorige | pagina 3/3   
Veel zorginstellingen niet brandveilig  (06-04-2007, NVBR)
In een recent gehouden quick scan naar de brandveiligheid in de zorg constateert het Bouwcollege een divers beeld. Er zijn instellingen die serieus werk maken van brandveiligheid. Bij andere instellingen is dat minder het geval. Met name de organisatie van de brandveiligheid – en de hulpverlening – speelt een rol. Nader onderzoek is nodig.
Kamervragen brandveiligheid gezondheidszorg  (06-02-2007)
Antwoorden op kamervragen van de leden Verbeet, Van Heteren en Timmer (allen PvdA) over brandveiligheid van zorginstellingen.
Brandvergunning voor horeca afgeschaft  (14-11-2006, Telegraaf)
DEN HAAG - Horecabedrijven hoeven over een jaar geen brandvergunning meer aan te vragen. Om de regeldruk te verminderen moeten eigenaren van gebouwen waar meer dan vijftig mensen kunnen verblijven, straks alleen melden aan de gemeente dat zij een gebouw in gebruik nemen. De gemeente bepaalt of er controle komt, bevestigde dinsdag een woordvoerder van het ministerie van VROM.
Crises in brandveiligheid, brandveiligheid in crises?
In 2010 bleek uit onderzoek dat de krediet crises niet of nauwelijks invloed had op de investeringen van bedrijven in brandveiligheid. Wat is de stand van zaken anno 2013??
 
vorige | pagina 3/3   
 © 2017 FE Fire Safety Engineering  •  Powered by beat247